Archief ‘erik’s reizen’ categorie

Daar gaat íe weer

vrijdag 23 april 2010

Deze keer in acht dagen naar Beieren.

Weer thuis!

dinsdag 13 oktober 2009

13102009787
Vanmorgen om 7.00 uur landde Erik weer op Nederlandse bodem.
Iedereen blij!

P1000430
Het Australische fietsavontuur is volbracht.

Mission accomplished

zaterdag 10 oktober 2009

Mission Accomplished 2-1

Erik is aangekomen in Sydney en heeft de 4020 km van Perth naar Sydney volbracht. Veilig en wel!
Wat een held, onze stoere vader en vriend!

In de Blue Mountains

donderdag 08 oktober 2009

Bericht uit Lithgow van vandaag:

“Alles prima in orde. Weer een succesvol afgelegde etappe. Vandaag over de twee hoogste passen van deze tocht gefietst, 1.180 en 1.150 meter. Eigenlijk niet zo heel erg hoog dus. Het ging prima. Lekker zonnig weer vandaag, al was het vanochtend wel erg koud. De weilanden zagen nog helemaal wit, vroeg in de morgen. Ik denk dat het vannacht nog heeft gevroren hier.

Morgen nog klimmen tot Katoomba, een stuk van ongeveer 40 km met oa de zeer steile klim van 3 km lengte naar Mount Victoria. Ik fiets dan over de in 1813 door verbannen veroordeelden aangelegde weg waarmee, voor het eerst sinds het ontstaan van de strafkolonie in 1788, de Blue Mountains werden overgestoken. De weg is destijds in een recordtempo van een half jaar door gevangenen aangelegd, aangespoord door de enorme beloningen die hun waren beloofd als ze daar binnen de aangegeven tijd in zouden slagen: onvoorwaardelijke invrijheidstelling en tevens naar keuze een gratis retourtocht naar Engeland of een stuk grond in Australië (de meeste kozen voor de grond). Het project slaagde en de weg ligt er nog steeds. Nadeel destijds was dat de weg zo steil was dat hij niet zonder hulpmiddelen met ossenkarren kon worden bereden (er werd een oplossing bedacht die werkte met contragewichten). Ik neem aan dat de weg inmiddels wel wat is verbeterd maar reken op een lastige beklimming.

Na Katoomba daalt de weg geleidelijk naar zeeniveau en de laatste 60 km naar Sydney zijn weer vlak.

Overigens neemt de verkeersdrukte flink toe de afgelopen dagen. Dat zal morgen zeker ook zo zijn. Dat maakt dat ik goed moet opletten bij het fietsen. Er zijn stukken bij met goede, brede shoulders maar ook stukken geheel zonder. Ik zag eerder dat sommige Australische fietsers op weggedeelten zonder shoulders gewoon midden op de weg gingen rijden. Daar is wel wat voor te zeggen want het dwingt auto’s te wachten tot er ruimte is om in te halen. Ik heb wat moeite met die methode want ik hou er niet van als er ander verkeer vlak achter me zit. Nu ja, ik zal voorzichtig doen, die laatste anderhalve dag die het nog is tot Sydney.”

Klimmen

woensdag 07 oktober 2009

Erik bericht vandaag uit Blayney:

Blayney-1 “Net voor het noodweer losbarst, ben ik in Blayney. Slechts een paar druppeltjes regen gehad. Op dit moment vallen er enorme regenbuien. Geluk gehad. Ik zag de grijze wolken al een tijdje dreigend voor me hangen, hetgeen bij mij er altijd voor zorgt dat ik iets harder ga fietsen. Niet voor niets dus.

Vanochtend was het nog zonnig maar wel flink koud. Ik heb de hele dag m’n softshell aangehad en het grootste deel van de dag ook m’n handschoenen. Het was flink klimmen vandaag; voor het eerst eigenlijk deze tocht. Grenfell ligt op ca 300 meter hoogte en Blayney op ca 900 meter. Al met al goed te doen omdat er niet al te veel steile stukken bij zaten. Morgen, naar Litgow, zitten er wel een paar flink steile beklimmingen bij, heb ik begrepen. Dan overmorgen ook nog een enkele en dan is het alweer afdalen naar Sydney.
Het aardige van coast to coast rijden is dat je in elk geval zeker weet dat er evenveel gedaald als geklommen moet worden. Tijdens het fietsen lijkt het vaak alsof je veel meer klimt dan daalt. Dat komt natuurlijk omdat klimmen veel langzamer gaat.”

Grenfell

dinsdag 06 oktober 2009

Bericht van 6 oktober 2009:

“Na een rustig ochtendje fietsen zojuist aangekomen in Grenfell. Ik zit daar nu in de openbare bibliotheek. De dataverbinding van m’n blackberry werkt niet hoewel ik kennelijk onderweg wel ergens contact heb gemaakt want de berichtjes van gisteren en eergisteren waren wel verstuurd.
Ik vorder gestaag op weg naar Sydney. Morgen verwacht ik naar Blaney te fietsen, overmorgen naar Litgow en vervolgens naar Parramatta (wat al zowat een buitenwijk van Sydney is). Dat ik gisteren wat verder heb gefietst dan ik eerder van plan was, komt bij nader inzien goed uit. Nu kan ik Bathurst overslaan als overnachtingsplaats. Daar is komend weekend een groot autosportevenement en dat maakt dat het lastig is om accommodatie te vinden. Er rijden nu al opmerkelijk veel klassieke auto’s op de weg waar ik fiets, allemaal op weg naar Bathurst.

Ik ben benieuwd hoe het is om in Sydney aan te komen. Een beetje raar waarschijnlijk. Ik fiets immers niet van Perth naar Sydney omdat ik in Sydney wil zijn: ik fiets alleen voor de weg er naar toe. Ik heb dan ook sterk het gevoel dat ik eigenlijk weinig te zoeken heb in Sydney. Hoewel, een paar dagen gewoon uitrusten, daar zie ik wel naar uit.
Nu alleen de Blue Mountains nog. Ik hoop dat het een beetje lukt, het fietsen in de bergen. Maar ik maak me daar niet zoveel zorgen over. Inmiddels heb ik behoorlijk wat fietsconditie opgebouwd. Het is nu ook al wat heuvelachtiger aan het worden, maar echt veel stelt dat niet voor. Alleen in het stuk tussen Cowra en Katoomba komen wat echte bergen voor met een paar toppen boven de 1.000 meter.

Het is de afgelopen 2 dagen wat beter weer hier dan daarvoor. Ik vind dat een heel stuk prettiger om te fietsen. Ook in Sydney was het zeer slecht weer de afgelopen dagen. Volgens het nieuws was het uitzonderlijk koud en nat. Een aantal dagen lang was het niet meer dan 14 graden. Ik geloof dat het volgens de weersverwachtingen nu wat beter aan het worden is, met normalere temperaturen van rond de 20 graden.
Nog een paar dagen en kan gaan informeren naar de mogelijkheden voor een vervroegde terugvlucht. Laten we hopen dat het lukt. “

The ease of the ride is dictated by the wind

zaterdag 03 oktober 2009

Bericht uit Hay van 3 oktober 2009:

“The ease of the ride is dictated by the wind …” Dat is wat m’n ‘Bike Australia’ gidsje zegt over de etappe van vandaag. Van Balranald naar Hay. Een afstand van 135 km, geheel zonder services, over de Hay plains. Een vlakte van honderden vierkante kilometers, waar mijn route vandaag en morgen voor ongeveer 200 km doorheen loopt. Een kale vlakte met hier en daar kniehoge struikjes en soms wat manshoge struikgewassen. Er is weinig verkeer. Als ik even stilsta en ik wend mijn hoofd van de wind af dan is het volstrekt stil. Geen enkel geluid, niet van mensen maar ook niet van vogels ofzo. Helemaal leeg. Alleen een lange rechte weg. En de wind natuurlijk.

Ik had gisteren al even naar de weersverwachting gekeken. Zonnig, droog en fris zou het worden met matige ZZO-wind. Mmmh. Niet zo erg gunstig. Schuin van voren. Nog even overwogen een rustdag te nemen maar het motel had alleen voor 1 nacht een kamer beschikbaar. Vroeg vertrokken; om half zeven. En ruim voor 1 uur ben ik al in Hay. Van de weersverwachting klopte vrijwel niets. Ja, fris, dat was het. Verder geen zon gezien en aan het eind van de ochtend begon het te regenen. En de wind was hard en schuin van achteren. In no time de 135 km afgelegd terwijl ik had verwacht dat het een lange dag tegen de wind in zwoegen zou worden.

Misschien moet ik maar helemaal geen weersverwachtingen meer bekijken. Nu had ik het ergste gevreest en viel het mee. Maar stel dat het andersom was geweest? Zeker weten dat ik dan enorm de pest erin had gehad en dat ik de hele dag had zitten balen op de fiets.

Nu ja. Weer een stukje dichter bij Sydney.”

[Nog 741 van de 4000 kilometer om precies te zijn.]

Euston

donderdag 01 oktober 2009

Bericht uit Euston van 1 oktober 2009:

“Ik heb een rustig dagje vandaag. Niet zoveel km’s, ontspannen fietsen en geregeld pauzeren. Toch al vroeg in Euston, mijn doel voor vandaag. Het motel is een beetje duur voor zo’n afgelegen plek maar het is een mooie grote kamer met fraai uitzicht op de rivier. Naast het motel ligt een club met dezefde naam waar ook een restaurant is en waar volgens de borden ‘functions’ te vinden zijn. Geen idee wat ze daarmee bedoelen maar ik ben op zoek naar een internetcomputer en ben dus even gaan kijken. Het parkeerterrein bij de club staat helemaal vol. Bij binnenkomst moet ik me eerst inschrijven als ‘temporary member’. Dan blijkt wat onder ‘functions’ wordt verstaan: het is een gokhal. Talloze fruitautomaten, voor een groot deel in gebruik door vooral oudere dames. Maar geen internetcomputer. Nog even naar het menu in het restaurant gekeken. Het lijkt me echter geen leuke plek om te eten. Ik denk dat ik gewoon maar weer een noodles maak op de kamer en dat ik vandaag vroeg naar bed ga. Gisteren niet zo goed geslapen. Ook morgen hoef ik trouwens niet zoveel te fietsen; zo’n 80 km naar Balranald.

Ik merk dat ik al een beetje de dagen aan het aftellen ben tot Sydney. Nog 9 fietsdagen en wellicht ook nog ergens een rustdag tussendoor. Ik verlang er wel naar om weer naar huis te gaan. Ik hoop maar dat het gaat lukken om de terugvlucht te vervroegen.”

In de tent

dinsdag 29 september 2009

Nog een nagekomen bericht van middenop de Nullarbor Plains:

“Het is kwart over zes. De zon gaat bijna onder. Het aantal voorbij rijdende auto’s neemt sterk af. Wordt het stil? Nee. Talloze geluiden hoor ik om me heen. De tent klappert in de wind. Allerlei zoemende insecten, soms tussen de binnen- en buitentent, waarbij ze steeds tikkend tegen het zeil van de buitentent botsen, op zoek naar een uitweg. Krekels vooral ook. Voortdurend getsjirp, soms dichtbij, soms verderaf, moeilijk te bepalen van welke kant. Vogels verder. Ik denk dat het de kraaien zijn, die je hier veel ziet. Grote, glanzende beesten. Steeds een felle tweevoudige kreet en daarna een nogal lusteloos eindigende derde, waarbij de toon naar beneden zakt, haast aarzelend klinkt. Ook andere vogelgeluiden op de achtergrond; lieflijker, geen idee van wat voor vogels. En dan is er nog onbestemd geritsel, af en toe, in de struiken naast me. Wat zou het zijn?
Het wordt donker. De geluiden nemen af. Alleen de krekels zetten hun concert onverdroten voort. Bijzonder, de geluiden van de Nullarbor? Ik geloof het niet. De Drentse hei, ja zelfs het Vondelpark, klinkt op een zomeravond nauwelijks anders. Alleen dat geritsel, hier vlak naast, wat dat toch is? Het lijkt wel dichterbij te komen!
Allerlei waarschuwingen kreeg ik de afgelopen dagen. Pas op voor slangen, spinnen, ja zelfs voor dingo’s. Hoe je dat precies moet doen, dat ‘oppassen’ zeggen ze er meestal niet bij. Ja, altijd de tent afsluiten, dat schijnt de universele tip te zijn. Dat zal ik maar doen vannacht. ‘t Gaat weer regenen. Veel bliksemflitsen ook, maar nauwelijks donder. Ik hoop dat het lukt om te slapen.”

Stupid birds

maandag 28 september 2009

Waikerie, 28 september 2009:

“Na een mooie fietsdag ben ik in het begin van de middag aangekomen in Waikerie. Vandaag deels door heel nieuw landschap gefietst. Citrus-boomgaarden, wijngaarden, bloemen in de bermen; echt anders. De overgang van de meer gebruikelijke kale en zanderige vlakten naar het huidige landschap was tamelijk abrupt. Nadat ik de Cadell river was overgestoken – per ferry – veranderde de omgeving opeens. Deze streek wordt Riverland genoemd. Er lopen een aantal rivieren, waarvan de Murray-river de grootste is. Een vruchtbare streek met veel landbouw en vooral enorm grote wijngaarden.

magpie Ik was vandaag overigens blij dat ik een helm droeg. Ik ben twee keer aangevallen door een vogel. De eerste keer zag ik het niet aankomen en schrok ik er enorm van. Navraag leert dat het om de ‘magpie’ gaat. Een vogel die er een beetje uitziet als een ekster: zwart met wit. Agressieve beesten die in de lente alles aanvallen wat in de buurt van hun nest komt. De eerste keer vandaag ondernam dezelfde vogel 6 keer een duikvlucht naar mijn hoofd, waarbij ik een botsing alleen kon voorkomen door op het laatste moment weg te duiken of een slinger te maken. Gelukkig was er op dat moment geen ander verkeer want ik had de volle breedte van de weg nodig. Een stuk verderop gebeurde het nog een keer. Overigens zie ik magpies geregeld dood langs of op de weg liggen; dan hadden ze het waarschijnlijk op een auto voorzien en daarbij het onderspit moeten delven. Stupid birds.”
(Foto van aanvallende magpie gevonden op internet; is niet Erik in gedaanteverwisseling.)

Burra

maandag 28 september 2009

Bericht uit Burra van 27 september 2009:

“Helaas geen dataverbinding meer hier. Wellicht in Renmark weer.
Vandaag door aangenaam landschap gefietst. Frisse, glooiende, groene heuvels. Een aangename route na zoveel dor en zanderig landschap. Het is een frisse dag, niet meer dan 15 graden, den ik, met nog altijd een stevige ZW-wind. Gelukkig fiets ik nu wat meer in oostelijke richting, dus heb ik de wind in elk geval niet meer recht van voren. Voor het eerst fiets ik nu op een B-weg. En dat is prettig. Weinig auto’s. Een rustig dagje eigenlijk met een relatief bescheiden afgelegde afstand van ca 90 km. Morgen naar Morgan, weer zo’n 90 km. Tussen Burra en Morgan zit geen enkel ander dorpje. Eventueel, afhankelijk van het weer en hoeveel zin ik heb, fiets ik morgen door naar Waikerie, 25 km verder.
In Burra is 1 motel maar dat zat vol. Dus maar weer een kamer in een ‘hotel’ genomen. Iets duurder dan gisteren maar wel met een ‘heater’ op de kamer! Daar ben ik blij mee want ik heb het flink koud gehad afgelopen nacht. Zo’n hotel is overigens best te doen zo lang ik min of meer de enige gast ben. Zo heb ik de recreatieruimte (waar comfortabele stoelen staan en een tv is), de keuken en de badkamer helemaal voor mezelf. Dat is wel prettig. Overigens, voor het eerst tijdens de fietstocht, wat last van hoofdpijn gehad, vanochtend bij het wakker worden. Meteen wat paracetamol genomen en na een paar uur was het gelukkig weg.

Al even rondgelopen Burra, wat wel een aardig klein stadje is. Ik ga zo nog even rondkijken om te zien wat de beste plek lijkt om wat te eten. Ik heb zin in een lekkere maaltijd. Helaas is het vaak moeilijk aan de buitenkant te zien waar het beste eten is te krijgen. Soms waren het de onogenlijkste gelegenheden waar ik het lekkerste heb gegeten.”

Een zware dag

zondag 27 september 2009

Nagekomen bericht van 15 september 2009 via de UMTS-verbinding:

“Daar lig ik dan in m’n tentje op een snikhete namiddag in de Nullarbor, slechts 12 km van de roadhouse van Mundrabilla, m’n eigenlijke doel voor vandaag. Het fietsen lukte voor geen meter vandaag. De 100 km die ik heb afgelegd kosten me extreem veel pijn en moeite. Om de paar km stoppen om bij te komen en moed en kracht te verzamelen om weer op te stappen en weer te gaan fietsen. Na een tijdje begon ik me ook licht in m’n hoofd te voelen en ik was bang het bewustzijn te verliezen. Op dat moment wilde ik niets liever dan liggen, maar waar? Nergens zelfs maar gras. Alleen maar stenige grond en doornstruiken. Op een gegeven moment ben ik toch maar gaan liggen, helaas met m’n rechter elleboog inderdaad in de doornen. Steeds toch maar weer opgestapt, me troostend met de gedachte dat het nog maar 50, 40, 30 of 20 km was naar Mundrabilla. Maar ik ga me steeds beroerder voelen. M’n darmen gaan opspelen. Gelukkig kan ik me ergens achter een struik ontlasten. Als ik daarna naar de fiets loop overvalt me iets wat vermoedelijk hyperventilatie is. Ik kan me niet herinneren dat eerder te hebben gehad. Enorm hijgen en het gevoel toch niet genoeg lucht binnen te krijgen. Door m’n hoofd een tijdje te verbergen onder m’n vest, in het donker, krijg ik het gelukkig snel onder controle. Maar dat het echt niet goed me me gaat wordt dan wel serieus duidelijk. Drie dingen kan ik da doen, bedenk ik. Proberen een lift te krijgen, doorfietsen of tent opzetten en gaan liggen. Ik kies nog heel even voor de tweede maar dan al snel voor de derde optie. Een geschikte plek uitzoeken is er niet meer bij. Achter de eerste de beste struik zet ik tent haastig op en daar lig ik nu, langzaam bijkomend in de nog altijd drukkende warmte. Hoe voel ik me? Beetje vreemd. M’n stem is helemaal weg. Kan geen woord uitbrengen (maar dat hoeft hier ook niet). M’n hoofd komt langzaam tot rust, misschien we mede door het opschrijven van het gebeurde van vandaag. In beide benen geregeld krampen, wat lastig met zo weinig bewegingsruimte in het tentje.

Waar kwam het door dat het beroerd met me ging vandaag? Ik weet het niet precies. Een combinatie van factoren, waarschijnlijk. Warmte, te veel ingespannen de afgelopen dagen, niet goed gegeten, te weinig gedronken misschien, de eindeloosheid van de vlakte om heen, waar ik nu al vier volle dagen doorheen fiets en ben nu pas op de helft!

Inmiddels begint de wind aan trekken en gaat het een beetje regenen. Ik hoor het gerommel van onweer in de verte. Jammer van het weer, want dat maakt het wat lastig om buiten water te koken voor wat pepermuntthee daar had ik nou net zo’n zin in. Nu ja, misschien later.”

Port Augusta

vrijdag 25 september 2009

Port Augusta op 25 september 2009:

“Zojuist, om 12:30 uur, aangekomen in Port Augusta. Vanochtend vertrokken uit Iron Knob, dat maar 66 km van Port Augusta ligt.

Alles gaat goed. Gisteren nogal veel gefietst, van Wudinna naar Iron Knob. Ongeveer 190 km. Het was heerlijk weer en ik was vroeg in Kimba, waar ik eigenlijk naar toe dacht te gaan. Bovendien voelde ik me goed, dus besloten door te fietsen en eventueel, als het niet meer zou gaan, te kamperen. Uiteindelijk dus toch doorgefietst naar iron Knob waar ik om 6 uur aankwam. Iron Knob is een sterk vervallen mijnbouwplaatsje en ik kon in eerste instantie geen motel vinden. Er was wel een gebouw waar ‘motel’ op stond maar dat was al lang geleden verlaten. Uiteindelijk verwezen naar de pub, waar ze inderdaad achter het gebouw een schuurtje hadden staan, dat tevens werd gebruikt om te verhuren. Behoorlijk vieze bende, maar er was een douche en een bed. Slecht geslapen overigens, door muggen en ook omdat ik hoorde dat de wind sterk toenam. Ik was daardoor bang dat het weer zo zou gaan stormen als een paar dagen geleden. Gelukkig viel het mee vanochtend. Wel flinke wind, maar nog goed te fietsen.

De duststorm in Sydney was hier het nieuws van de dag. Overigens was dat veroorzaakt door dezelfde storm waardoor ik een paar dagen geleden niet meer verder kon fietsen.”

Andere fietsers in Australië

vrijdag 25 september 2009

Erik: “Ik zie ze niet maar ze schijnen er wel te zijn. In Norseman heb ik even een Australische fietser gesproken. Hij zou dezelfde dag als ik beginnen met de Nullarbor crossing, maar gaf aan de eerste dag tot Fraser Range te willen gaan. Zoals je weet ben ik die dag doorgegaan naar Balladonia, dus waarschijnlijk zit hij nog ergens achter me. Verder hoorde ik in Balladonia dat er die midddag ook een Fransman was aangekomen die van West naar Oost fietste. Hij kampeerde, dus ik ben even het kampterrein opgelopen, maar heb hem nergens gezien. Alleen zijn fiets, die zag ik wel staan. Verder hoor ik steeds van mensen die ik spreek in de roadhouses dat zij meerdere fietsers hebben gezien. Dat zal dus we zo zijn. Ik kom ze echter niet tegen. Ook nog geen enkele fietser gezien die in de tegenovergestelde richting fietst.”

Wirulla

vrijdag 25 september 2009

Wirulla op 22 september 2009:

“Helaas, ik kom niet ver vandaag. Gestrand in Wirulla, zo’n 90 km van Ceduna. De windvlagen zijn te hard om nog veilig te kunnen fietsen. Bovendien ben ik door en door nat en ijskoud. Vannacht viel er al een hoop regen. Als ik dat hoor in bed, dan denk ik, prima, zo lang het ‘s nachts regent heb ik er geen last van. Om 7.00 uur vanochtend regende het nog steeds, wel wat minder hard. Op het nieuws hadden ze het over ‘severe weather warnings’ voor delen van Zuid Australië, maar waar precies werd niet duidelijk. Toch maar vertrokken. Immers net een rustdag gehad en ik wil graag verder. In het begin ging het wel. Een beetje regen en flink wat wind. Maar wel W-wind dus dat fietst lekker. De wind neemt echter toe en door de windvlagen schiet ik af en toe de berm in of juist de weg op. Ook krijg ik het na een tijdje wel erg koud. Dus afgestapt om 12.00 uur in Wirulla. Jammer van de mooie W-wind maar het gaat helaas niet. Gelukkig is er een motel in Wirulla. Buitengewoon eenvoudig overigens. Een kamer van 2x3m met een raam dat in geen jaren is gewassen en alleen een bed en een tv. Wc en douche op de gang. Vriendelijke mensen. Mijn handen zijn zo koud dat ik nauwelijks mijn geld tevoorschijn kan halen om af te rekenen. Ik moet maar eerst een hete douche nemen, zegt de waardin. Dat heb ik gedaan. Daarna wat gegeten en nu weer wat bijgekomen. Het is nu pas 13.30. Nu, ga maar een beetje lezen en dan vroeg naar bed. Hopelijk is het weer morgen beter. Ben in ieder geval van plan om vroeg te vertrekken.”

Ceduna: “He crossed the Nullarbor!”

maandag 21 september 2009

ceduna
Erik heeft een rustdag in Ceduna (21 september 2009):

“Ben blij dat de oversteek van de Nullabor achter de rug is nu. Gek genoeg was die oversteek een van de dingen waar ik zowel naar uit zag als een beetje bang voor was. Het is wel een heel lang, monotoon stuk maar heel weinig services. Grappig is dat ook Australiërs de “Nullabor crossing” nog als iets min of meer heroïsch, of althans iets bijzonders zien. Er zijn ook allerlei souvenirs met ‘I crossed the Nullabor’ te krijgen. Toen ik gisteren aankwam in Ceduna was een van de eerste dingen die ik hoorde “You’ve made it!”. Ook bij de caravanpark werd ik door meerdere mensen aangesproken, caravaners die mij hadden zien fietsen en feliciteerden met het feit dat het was gelukt. Grappig wel.

Wat toch anders is dan vorige keer in Amerika, is dat ik behoorlijk kan genieten van de rustdagen. Ik herinner me van toen vooral dat ik me wat verveelde op die dagen en weinig nuttigs deed. Nu doe ik ook weinig nuttigs en verveel me ook een beetje, maar geniet daar juist van. Ik zag dan ook uit naar deze rustdag vandaag in Ceduna. Uitgeslapen heb ik overigens niet. Dat lukte niet. Maar ik was gisteren dan ook net zo laat naar bed gegaan als anders. Overigens kom ik geenszins slaap te kort. Ik denk dat ik zeker 10 uur per nacht slaap. Om zeven uur wakker, eerst lekker gedoucht en thee gedronken en even naar het nieuws op tv gekeken. Daarna naar de supermarkt waar ik tamelijk lang heb rondgelopen. Eindelijk weer eens ruime keus na zoveel dagen met alleen het zeer beperkte roadhouse assortiment! Twee verse broodjes gekocht, een doosje eieren, nieuwe pepermuntthee en sinaasappelsap. Daarna in de cabin een lekker ontbijt voor mezelf gemaakt. Vervolgens een kopje espresso gedronken in een cafe en geïnformeerd naar de public internet access. Ik werd verwezen naar de bibiotheek en daar zit ik nu.

Ceduna is een aangenaam plaatsje, mooi gelegen aan de kust met een hele lange smalle wandelpier (een ‘jetty’ noemen ze dat). Overigens is het weer nogal onstuimig vandaag. Vannacht onweer en flink wat regen en nu overdag zeer harde Z-wind. Komt dus niet slecht uit, die rustdag vandaag.”